"In een samenleving waarin techniek zo'n grote rol speelt, is behoefte aan mensen met technische vaardigheden en kennis. Deze maatschappelijke achtergronden lagen ten grondslag aan de start van het programma Verbreding Techniek Basisonderwijs in 2001.
Als je kinderen vroeg in aanraking brengt met techniek, dan is de kans groter dat ze later kiezen voor een loopbaan in de technische sector. Bovendien geef je ze vaardigheden en kennis mee, waar ze hun hele leven plezier van hebben." (Minister Maria van der Hoeven)

Het Programma VTB staat voor Verbreding Techniek Basisonderwijs.


En met verbreding bedoelen we verbreding in de ruimste zin van het woord.

  • dat de school verbindingen mogelijk maakt tussen techniek en bijvoorbeeld wereldoriëntatie, rekenen, taal, ICT, etc.
  • dat techniek kan bijdragen aan de onderwijskundige werkwijzen en methodes. Techniek past uitstekend in methodes als ervaringsgericht en probleemgestuurd onderwijs.
  • dat door techniek nieuwe relaties kunnen ontstaan tussen de school en haar omgeving.
  • dat leersituaties uit de praktijk in de school kunnen worden gehaald en vice versa.
  • dat techniek het belang overstijgt van dat van een vak op het rooster.

VTB streeft naar onderwijs waarin techniek een vanzelfsprekende plaats inneemt binnen het schoolplan en waarin kinderen enthousiast zijn en gestimuleerd worden.

Volgens VTB kan techniek worden ingezet als een middel voor basisscholen om hun reguliere doelstellingen en activiteiten beter te kunnen realiseren. Met techniek kan een rijke leeromgeving voor kinderen worden gerealiseerd.
Met een ‘rijke leeromgeving' bedoelen we: motiverend en uitdagend, een realistisch, aantrekkelijk beeld van techniek en geïntegreerd in de kerndoelen van het basisonderwijs.
Met bovenstaande punten willen we duidelijk maken dat techniek méér is dan zomaar een vak op het rooster. Het is een drijfveer voor vernieuwing van het basisonderwijs op een breed front: inhoudelijk, onderwijskundig en qua relatie met de bredere maatschappelijke omgeving.

Bron: VTB

 

 

Sinds in 1998 de tweede versie van de kerndoelen van kracht werd, is techniek officieel één van de leer- en vormingsgebieden in het basisonderwijs. Gemiddeld is er op de basisscholen in de hoogste drie leerjaren naar schatting zo’n half uur per week voor beschikbaar. Hoe kan deze tijd zo zinvol mogelijk besteed worden? Allerlei instanties organiseren tegenwoordig activiteiten en onderwijsleermiddelen gericht op het bevorderen van techniek in het onderwijs. In het talrijke didactisch materiaal voor de basisschool wordt de slogan: ‘techniek is overal om je heen’ op vaak zeer inventieve wijze tot leven gewekt. Honderden leuke lesideeën en opdrachten dienen zich aan. Wie slechts een klein deel hiervan uit wil voeren, heeft al een veelvoud van de voor techniek beschikbare tijd nodig. Tot nu toe heeft het grote aantal publicaties over techniek nauwelijks geleid tot structurele invoering van techniekonderwijs in de basisscholen. Veel scholen doen er zelfs zo goed als niets aan. Komt dit misschien doordat men door zo’n veelheid van bomen het bos niet meer ziet? Lijkt uit zo’n woud van lesideeën niet elk onderwerp misbaar? En als elk onderwerp in principe misbaar is, is dan niet het hele onderwijs in techniek overbodig? Ergo: “Is techniek op de basisschool wel nodig?”

Bron: Citogroep