
| a. Het gewicht van de bal |
| b. De snelheid waarmee de bal wordt gegooid |
| c. De hoeveelheid naden op de bal |
|
|
| Waar |
|
|
| a. Ze geven de bal een draai, of effect |
| b. Ze schieten met één oog dicht |
| c. Ze blazen meer lucht in de bal |
d. Ze springen als ze schieten
|
| a. Een ongeschoren hoofd |
| b. Teveel chloor in het water |
| c. Zwemmen in te smalle banen |
d. Golven
|
| a. Geeft de band zijn langwerpige vorm |
| b. Zorgt voor meer wrijving op gladde wegen |
| c. Vermindert het gewicht dat de fiets kan dragen |
d. Betekent dat de banden niet pneumatisch zijn
|
De Mad Science Sportquiz
Probeer de juiste antwoorden te raden
